Schoolorganisatie!

De organisatie van de school

Schoolorganisatie De school is verdeeld in een onderbouw (groepen 1 en 2), een middenbouw (groepen 3 en 4) en een bovenbouw (groepen 5, 6, 7 en 8).

Groepering:

In de onderbouw hebben we gekozen voor combinatiegroepen 1/2. In deze groepen is op deze wijze een goede opvang voor nieuwe kleuters mogelijk. De kinderen die er al zijn kunnen de kleintjes helpen zodat ze al heel snel alles in de groep weten (waar zijn de kwastjes, wat doe je als je naar de wc moet etc) In het begin van het schooljaar zijn deze groepen klein. De nieuwe instroom wordt steeds over de groepen verdeeld. We starten in september met 3 gecombineerde groepen: 1-2a, 1-2b en 1-2c.

Vanaf groep 3 hanteren wij een leerstofjaarklassensysteem en zijn de groepen homogeen van samenstelling. We proberen combinaties te vermijden, maar dat is niet altijd mogelijk In alle groepen zitten de kinderen in kleine groepjes bij elkaar, zodat samenwerken mogelijk is. Het samen problemen oplossen, elkaar helpen, elkaar uitleg geven, naar elkaar luisteren, zijn erg belangrijk.

Groepsgrootte

In schooljaar 1996/1997 is er vanuit het ministerie een begin gemaakt met klassenverkleining in de onderbouw. Het extra personeel, dat wij door die maatregel kregen, is ingezet in de groepen 1 t/m 4. Dit kan betekenen, dat de groepsgrootte in de groepen 5 t/m 8 nog relatief hoog is. We streven naar kleutergroepen niet groter dan 25 leerlingen en hopen dat aantal lager te kunnen krijgen in de komende jaren. Hoewel de groepen 5 t/m 8 groter mogen zijn, streven wij ook hier naar groepen van 30 of minder.

Organisatie voor zorg voor leerlingen met specifieke behoeften

Om de zorg voor de leerling te garanderen, hanteren wij een leerlingvolgsysteem.
Dat wil zeggen, dat kinderen regelmatig nader geobserveerd en getest worden. De gegevens worden genoteerd, besproken en indien nodig wordt er actie ondernomen. Er is dus sprake van een systematische aanpak en een zorg van en door het gehele team.
* In het leerlingvolgsysteem komen dus alle leerlingen voor.
* Hierin staat op welk niveau elk kind is en hoe de ontwikkeling verloopt.
* Het verloop wordt vastgelegd aan de hand van objectieve toetsen die de ontwikkeling van leeftijdsgenoten aangeeft. ( o.a. Cito-toetsen)
* Als de ontwikkeling anders verloopt of opvallend is, wordt door de leerkracht en de intern begeleider bekeken waarin het verloop verschilt en wat daaraan gedaan kan / moet worden.
* Indien een leerling een snelle ontwikkeling heeft, wordt er aandacht, hulp en ruimte geven om aan deze ontwikkeling tegemoet te komen.
* De intern begeleider heeft ook regelmatig overleg met een begeleider van de C.E.D. Deze kan extra observeren of testen en adviezen geven.
* De ouders worden op de hoogte gebracht van de extra hulp die het kind gedurende enige tijd zal krijgen.
* Met behulp van extra materialen, individuele hulp en een eigen programma wordt het probleem aangepakt.
* Na enige weken wordt de stand van zaken opnieuw bekeken en wordt aan de hand van de nieuwe testgegevens vastgesteld of het kind weer met de groep kan meewerken of dat er opnieuw voor enige weken op dezelfde wijze doorgewerkt zal worden.
* Een enkele keer is meer hulp nodig en wordt de ambulante begeleiding ingeroepen. Dan komt een leerkracht van het speciaal onderwijs bij ons op school om een leerling en/of de leerkracht individuele begeleiding te geven.